Connect with us
Arnhem Centrum

Blog

Vijfmaal heldenmoed in Hartenstein

Foto's: Angela Aagenborg

Het mag dan weliswaar nog geen september zijn, de maand waarin ‘De slag om Arnhem’ wordt herdacht, vandaag is het wel 74 jaar geleden dat de geallieerden begonnen met het bevrijden van Europa. Het was D-Day, ook wel: Decision Day. Burgerjournalist Angela Aagenborg beschrijft de nieuwe tentoonstelling in het Airborne Museum.

Hoewel de bevrijding van Arnhem en een groot deel van Nederland nog lang op zich liet wachten streden op deze datum en de vele maanden erna (jonge) helden voor de vrijheid van onze voorouders en daarmee ook voor onze vrijheid.

De oorlog leeft na al die jaren nog steeds, dat is duidelijk te zien in onze stad.

Oorspronkelijk kom ik uit een kleine stad waar men weinig van de oorlog heeft gemerkt en als kind hoorde ik er dan ook alleen maar iets over op vier en vijf mei. Lange tijd was de oorlog, voor mij, niets meer dan een groot mysterie. Sinds ik in Arnhem woon ben ik me gaan interesseren voor het oorlogsverleden van ons land en specifiek mijn (destijds) nieuwe woonplaats. Niet alleen las ik vele boeken over de slag om Arnhem, maar bezocht ik ook een aantal malen het Airborne Museum in Oosterbeek. Nu is Oosterbeek niet Arnhem, maar beide plaatsen zijn door de geschiedenis zeer nauw met elkaar verbonden.

Momenteel is in het Airborne Museum de tentoonstelling For Valour* te bezichtigen. Deze tentoonstelling brengt een eerbetoon aan alle Britse militairen voor hun getoonde moed tijdens de Slag om Arnhem, gesymboliseerd door diegenen die werden onderscheiden met het Victoria Cross (VC).

Deze vijf VC’s vertellen de aangrijpende verhalen van:

  • Luitenant John Hollington Grayburn,
  • Flight Lieutenant David Samuel Anthony Lord,
  • Lance-sergeant John Daniel Baskeyfield,
  • Majoor Robert Henry Cain,
  • Kapitein Lionel Ernest Queripel.

Cain overleefde als enige de Slag om Arnhem. De andere militairen ontvingen het VC postuum. Het Victoria Cross is de hoogste en meest prestigieuze Britse militaire onderscheiding voor getoonde, uitzonderlijke moed in oorlogstijd. Lees hierover meer op de website van het Airborne Museum.

Na het lezen van het persbericht en een interview met de directeur (?) van het museum in een uitzending van Arnhem Aktueel besloot ik deze medailles met eigen ogen te aanschouwen. Met twee jonge kinderen is dat echter wat lastig plannen. Tot ik me realiseerde dat geschiedenis alleen doorgegeven kan worden als je er over vertelt. Of het ze laat zien. Nu was het fijn geweest als ik kon schrijven dat ze behoorlijk onder de indruk waren, maar eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik de enige was die onder de indruk was van de militaire onderscheidingen.

Deze vijf mannen vochten hun eigen strijd met behulp van hun manschappen:

Luitenant John Grayburn voerde op 17 september 1944 een aanval uit om Duitse posities op de brug te veroveren, daarbij raakte hij gewond aan zijn schouder. Drie dagen later, op de ochtend van 20 september 1944, ging hij mee op patrouille om Duitse explosieven (aan de brug bevestigd) onschadelijk te maken. Hij raakte opnieuw gewond, maar vocht door. Zijn positie werd overlopen door een vijandelijke tank. De aankondiging van het Victoria Cross van de luitenant legde uit: ‘Vervolgens stond hij op, in het zicht van de tank, en leidde persoonlijk de terugtrekking van zijn troepen naar de defensieve stelling waarnaar ze bevolen waren. Hij werd die nacht gedood.’

Flight Luitenant David Samuel Anthony Lord vloog twee missies tijdens de Slag om Arnhem. Op de tweede dag, in de ochtend van 19 september, werd zijn Dakota, tijdens het aanvliegen naar de dropzone, twee keer geraakt. Het lukte hem de voorraden alsnog te droppen, alvorens hij stierf. Zijn standvastige toewijding om de troepen op de grond te helpen werd beloond met een Victoria Cross.

Lance-sergeant John Daniel Baskeyfield bediende een 6 ponder antitank kanon op de hoek van de Acacialaan en de Benedendorpsweg in Oosterbeek. Het kanon en de bemanning, waar Baskeyfield het bevel over voerde, werden onder vuur genomen. Alle manschappen werden gedood en het kanon werd buiten werking gesteld. Baskeyfield zelf raakte gewond aan zijn been, maar dit stopte hem niet. Hij rende naar een ander kanon, werd ondertussen flink beschoten, maar ging door met zijn missie en schakelde nog een Tiger tank uit. Waarschijnlijk stierf hij, niet veel later, toen een tank zijn tweede positie onder vuur nam. Zijn lichaam werd nooit gevonden.

Majoor Robert Henry Cain bouwde tijdens de gevechten in Arnhem en Oosterbeek een reputatie op door zijn veelvuldig gebruik van het Piat antitank wapen, terwijl anderen het wapen moeilijk in gebruik vonden. Hij nam het wapen dikwijls over van ondergeschikten. Zo vuurde hij verschillende antitankgranaten af op een tank, die tot slechts 18 meter genaderd was. De tank vuurde terug, waardoor hij gewond raakte. Granaatsplinters in zijn gezicht, gescheurde trommelvliezen en een verloren zicht hielden hem niet tegen alsnog de andere tank uit te schakelen. Hij is de enige van de gehuldigden die de slag om Arnhem overleefde.

Kapitein Lionel Ernest Queripel leidde het 10e bataljon dat op maandag 18 september een kruising ten oosten van het pompstation aan de Amsterdamseweg probeerde in te nemen. Het werd tegen gehouden bij hotel de Leeren Doedel en uiteindelijk moesten ze zich gedwongen terugtrekken. Volgens de aankondiging van de medaille hield de kapitein zijn manschappen georganiseerd en in leven tijdens de terugtocht. Hij droeg sergeant Joe Sunley op om met de overlevenden terug te keren naar Wolfheze en dat is tevens het moment dat hij voor het laatst levend werd gezien.**

Uiteraard is dit maar een klein deel van het verhaal van deze helden. Ik heb getracht de informatie in deze blogpost zo kort mogelijk te houden, maar lang genoeg om je te interesseren voor de rest van hun verhaal. Vooral over de laatste man is nog veel interessants te lezen op een van de borden met informatie die je kunt vinden in de zaal met de medailles.

Mijn kinderen mogen dan wellicht nog te jong zijn om zich te (kunnen) interesseren voor de verhalen achter deze prestigieuze medailles, ik deed dat wel en op een dag zal ik ze vertellen hoeveel mannen hier in Arnhem (en in de rest van Europa) hun leven gaven tijdens de Tweede Wereldoorlog. En het begon allemaal op die ene dag in juni. 6 juni om precies te zijn.

For Valour is nog tot 1 oktober 2018 te zien in het Airborne Museum Hartenstein.

*Valour: moed, dapperheid, heldhaftigheid, heldenmoed.
**De informatie over deze mannen en de For Valour is afkomstig van het Airborne Museum en is geprobeerd zoveel mogelijk in eigen bewoordingen te vertellen.

Meer nieuws?

Reacties

Reacties

Blog

Op pad met het sociale wijkteam

Huibert Veth

Burgerjournalist Huibert Veth liep een dag mee met het sociale wijkteam en schreef over zijn ervaringen.

Op vrijdagochtend ben ik uitgenodigd bij het sociale wijkteam van het Centrum, Spijkerkwartier en het Arnhemse Broek op hun thuisbasis, Wijkcentrum de Lommerd, in de Spijkerstaat. Ik word hartelijk ontvangen door Els Bouwman (teamleider/bestuurder) en de coaches Marieke van Aernsbergen, Maryse Vonk, Mieke Harmelink en Saskia Gorter. Alle coaches hebben hun eigen specialismen: volwassen, schulddienstverlening, jeugd, beschermd wonen en/of cultuursensitief werken. Wist u dat er ook in uw buurt een sociaal wijkteam is waar u terecht kunt?

Wat doet het sociale wijkteam?

De vraag wat het sociale wijkteam nu precies doet, blijkt niet eenvoudig te beantwoorden. ‘Je kunt het zo gek niet bedenken of we komen het tegen’, zegt Maryse. ‘Mensen komen met de meest uiteenlopende vragen. Bijvoorbeeld op het gebied van schulden, psychische problemen, opvoeding, problemen in relaties, dagbesteding en eenzaamheid. Hier in het centrum zien we veel daklozen, beschermd wonen/beschermd thuis en psychiatrische problemen.’ Mieke geeft aan: ‘We gaan af op de vraag van de inwoners waarbij veiligheid voorop staat. Niet iedereen reageert hier enthousiast op want soms komen we ongevraagd, bijvoorbeeld in het belang van een kind.’ ‘Het wijkteam is de eerste partij bij problematiek. We proberen in de oplossingen zoveel mogelijk gebruik te maken van het netwerk in de wijk, buren, opa’s en oma’s etc.’ Vervolgens is er de eventuele koppeling met de juiste instantie. Deze samenwerking kan soms beter. Voor een aantal instanties is het wennen om vanuit het belang van de inwoners te denken. Door een inwoner bijvoorbeeld niet opnieuw te laten verhuizen na behandeling maar op zijn plek te laten wonen waar hij zich veilig voelt en gesetteld is, om als instelling door te gaan naar een nieuwe locatie voor een volgende cliënt. Dat is even een omgekeerde manier van denken die een omslag vergt.

Onnodige zorgkosten

Els geeft aan dat de samenwerking met de politiek over het algemeen goed verloopt. Voormalig wethouder Martijn Leisink zat goed in de materie. Nu er andere personen op het pluche zitten, moeten deze de dossiers opnieuw leren kennen. Er heeft inmiddels wel een positief gesprek met wethouders Hans de Vroome en Roeland van der Zee plaatsgevonden. De dames (mannen zijn schaars binnen deze sector) praten vooral bevlogen over hun werk en een klaagzang over ‘te weinig geld’ of ‘te weinig personeel’ hoor ik nauwelijks. Desgevraagd geven ze aan dat ook hier zeker wel behoefte aan is, maar er wordt geroeid met de riemen die ze hebben. Met pieken is de hoeveelheid werk soms nauwelijks te behappen waardoor ze minder aan de coaching toekomen en eerder doorverwijzen dan ze zouden willen. Hierdoor komen inwoners in een duurder zorgtraject terecht wat tot meer kosten leidt. Even een uitzendkracht inhuren om de pieken op te vangen is moeilijk omdat een werknemer pas na 3 of 4 maanden productief wordt, dit maakt het werk lastig te organiseren.

De wijk in!

Vervolgens ga ik met één van de coaches mee op bezoek in de wijk bij één van haar inwoners. Vanwege privacy zal ik hier niet de echte namen gebruiken. We komen binnen bij Sandra, ze vindt het gelukkig geen probleem dat er iemand is meegekomen en vertelt openhartig over haar problematiek. Ze heeft een vervelende scheiding achter de rug, haar ex heeft een straatverbod opgelegd gekregen. Haar zoontje van vier slaat haar en ze zit in de schulden. Het volledig invullen van de formulieren, waarmee haar coach voor haar toegang tot de voedselbank en kledingbank wil regelen vanwege haar schuldenproblematiek, blijkt lastig voor haar. Schuin boven haar wonen dealers in deze gehorige woningen waardoor er dag en nacht lawaaierige in- en uitloop is in dit huis.

Tamelijk overdonderd loop ik naar buiten. Het zijn van die verhalen waarvan je ergens weet dat ze bestaan maar het zet je wel even met beide benen in hun harde realiteit om te zien, horen en beseffen hoe het dagelijks leven er voor deze vrouw uitziet. Natuurlijk zijn niet alle verhalen zo heftig als deze maar de wijkteams hebben inmiddels al 19% van de Arnhemse inwoners gezien. Er zijn dus veel mensen in onze stad die hun hulp nodig hebben. Met recht groot respect voor de mensen die het dagelijks met zoveel toewijding op kunnen brengen om er voor deze mensen te zijn.

Meer nieuws?

chico's place

Reacties

Reacties

Continue Reading

Blog

Reflecteren met Lubbers

Huibert Veth

Geschreven door: Burgerjournalist Huibert Veth

Hemelsbreed 1752 kilometer van Arnhem verwijderd. Corfu, het Griekse eiland waar ik mijn vrouw vier jaar geleden ten huwelijk vroeg. Destijds totaal verrast, inmiddels bijna twee jaar gelukkig getrouwd naar mijn weten;). Even de gedachten verzetten en ontsnappen aan de Hollandse hitte met de dorre steppe die Sonsbeek heet.

‘Persoonlijke herinneringen’

Ik lees ‘Persoonlijke herinneringen’ van Ruud Lubbers. Daags voor mijn vakantie benoemde oud-wethouder Ine van Burgsteden (CDA) deze man als één van haar grote inspiratiebronnen tijdens een interview dat ik met haar hield voor het programma ‘op reces met’ voor RTV Arnhem. Ik had het boek al in de kast staan en besloot het in de koffer te stoppen. Iemand die 12 jaar premier is geweest moet tenslotte wat te vertellen hebben. Het begint al inspirerend: ‘De kern van het leven is hoe je erop reageert. Ik heb natuurlijk ook tegenvallers gehad. Het gaat erom hoe je met veranderingen omgaat. Je hebt je eigen leven en dat is verweven met maatschappelijke ontwikkelingen, met het tijdsgewricht. Sanctus Augustinus leerde ons: zowel de tijden, de moeilijke tijden, als problemen te boven komen, is aan ons mensen zelf. Dus klaag niet over moeilijke tijden, maar maak er het beste van. Immers, de tijden, dat zijn wij.’

Uitspraken die in eerste instantie doen denken aan zelfstandigheid, eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid en daarmee liberaal in de oren klinken. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Als iedereen daadwerkelijk de intrinsieke motivatie heeft om het er het beste van te maken dan kunnen we de socialistische of zelfs communistische idealen van stal halen. Want waarom zou de één significant veel meer moeten verdienen dan de ander omdat hij bijvoorbeeld vanwege genetische voordelen 50 IQ-punten meer heeft, en daardoor makkelijker de diploma’s behaalt die hem hiertoe in staat stellen? Zou het vanuit de gedachte dat ieder mens in de basis evenveel waard is niet mooi zijn om ook allemaal dezelfde beloning te ontvangen? Natuurlijk zie ik ook de soms perverse verschillen tussen arm en rijk die ons kapitalistische systeem oplevert. Aan de andere kant zie ik mensen die het al als onrecht ervaren dat ze één keer per week moeten solliciteren om de uitkering te ontvangen waar anderen voor moeten werken.

Poolse arbeidsmigranten

Dit jaar heb ik besloten de overstap naar het onderwijs te maken. Weliswaar voor veel minder salaris maar ik meende hier van meer maatschappelijke waarde te zijn. Overigens is het bestaan als onderwijzer uitstekend dus u hoort mij niet klagen. Daarvoor was ik jarenlang manager bij logistieke- en productiebedrijven. Binnen deze sectoren was het moeilijk om voldoende personeel te vinden. Vaak heb ik Poolse arbeidsmigranten in moeten huren omdat Nederlandse werknemers simpelweg niet te vinden waren, terwijl er toch velen met een uitkering thuis zouden moeten zitten. Belrondjes door de kaartenbak van het UWV leverden echter zelden iets op. De Polen waren vaak zelfs duurder omdat langdurig werklozen met subsidie en/of proefperiode werden aangeboden. `Liever een paar euro meer voor een Pool die hard wil werken dan een Nederlander die te weinig gemotiveerd is’, was het devies. Dit is natuurlijk ontzettend jammer. Het scheelt enorm in de gemeenschappelijke lasten als een uitkeringsgerechtigde gaat werken. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat werk zorgt voor zingeving. Het salaris aan de Polen stroomt ook grotendeels naar hun eigen land en wordt dus maar minimaal teruggepompt in onze economie.

De balans

Kennelijk heeft, in elk geval een deel van, de mens een prikkel nodig om in actie te komen en moet hierin de juiste balans gevonden worden. ‘Lonen omhoog!’, zal links roepen. Dit zal het voor een deel van mijn oud-werkgevers aantrekkelijker maken om hun fabriek of distributiecentrum net over de grens of zelfs in Oost-Europa neer te zetten. De sluiting van de Philip Morris-fabriek in Bergen op Zoom heb ik als leidinggevende van dichtbij meegemaakt. Kort daarvoor hadden de vakbonden de ‘zwaarbevochten’ loonsverhoging voor de werknemers die na de stakingen was binnengehaald groots gevierd. Met recht een pyrrusoverwinning. ‘Korten op de uitkering!’ zal rechts roepen. Het zal op korte termijn vele minima in de problemen kunnen brengen en de schuldenproblematiek vergroten.

Deze balans is natuurlijk één van de fundamentele vragen waar politiek over gaat en het evenwicht is moeilijk te bepalen. Het zou toch mooi zijn als we gewoon afspreken dat we ons allemaal maximaal inzetten voor het gemeenschappelijk belang, we zouden dan zelfs wat minder politiek nodig hebben. ‘Maak er het beste van. Immers, de tijden, dat zijn wij.’

Meer nieuws?

chico's place

Reacties

Reacties

Continue Reading

Blog

Een fijne vakantie voor al onze Arnhemse vluchtelingenkinderen!

Foto: Huibert Veth; Alaa vertelt zijn vluchtverhaal aan Nederlandse kinderen

Geschreven door: Burgerjournalist Huibert Veth

In het dagelijks leven ben ik onder meer wiskundedocent op de Arnhemse ISK, een school voor vluchtelingen van 12 tot 18  jaar die nul tot twee jaar in Nederland zijn. Ik wil deze kinderen graag nog een keer allemaal een heel fijne vakantie wensen. Om privacyredenen zal ik niet hun eigen namen gebruiken.

Allereerst wil ik Fatima een hele fijne vakantie wensen. Dit 15-jarige meisje uit Palestina heeft haar ouders al een jaar niet gezien. Deze dappere meid heeft het afgelopen jaar zelfstandig in een vreemd land via alle instanties voor elkaar gekregen dat haar ouders naar haar toe mogen komen, ze komen deze zomer over.

Ik wens Ahmed een fijne vakantie. De jongen uit Soedan die volgens zijn gegevens 16 jaar is terwijl zijn lichaamseigenschappen verraden dat dit niet kan kloppen. Deze man werkt deze zomervakantie hard door aan zijn wiskundesommen, vastbesloten om binnen enkele maanden minimaal havo-niveau te bereiken. Hij heeft talent en is gedreven; ik hoop dat de moeilijkheden waar hij binnen ons systeem tegenaan zal lopen hem niet zullen remmen in zijn ambities.

Ik wens Abdul een fijne vakantie. Deze Syrische jongen gaat nu een mbo-1 opleiding doen. In zijn eigen land heeft hij al op een veel hoger niveau onderwijs gehad, maar ons systeem eist dat hij zijn toetsen in het Nederlands maakt met vrijwel de snelheid van een Nederlands kind. Hoe goed zou uw zoon of dochter nog zijn als het vanaf morgen alle toetsen in het Arabisch moest doen?

Ik wens Mustafa een fijne vakantie. De jongen die geweldig is gaan puberen en zijn docenten daarmee een lastige tijd heeft bezorgd. Ik hoop dat hem dit een uitlaatklep heeft gegeven voor alle mishandeling, marteling en dood die hij in Syrië heeft moeten zien en ervaren.

Ik wens Ping een fijne vakantie. De Chinese jongen die nog altijd opspringt en netjes in de houding naast zijn tafel gaat staan om mij te antwoorden nadat ik hem een vraag heb gesteld. Met elkaar praten kunnen we nauwelijks maar als ik wiskundige formules opschrijf, weet hij mij soms te verbeteren.

Ook een fijne vakantie voor Ibrahim, Ali, Salah, Mohamed en Samuel. De jongens met wie ik voor de vakantie een middag ben gaan voetballen. Onze bal raakte in de sloot. We leenden een bezem van de buren en maakten met zes man een menselijke ketting. De laatste hield zich vast aan het hek, de voorste boog met bezem voorover naar de sloot. Als één iemand los zou laten zouden we er allemaal in liggen. De spannende missie slaagt net en proestend van het lachen, maar ook trots, rollen we terug het gras op. ‘Dit was de mooiste dag van het jaar meneer.’ ‘Kunnen we in de vakantie niet vaker met elkaar gaan voetballen?’ Deze kinderen hebben zo’n behoefte aan een beetje houvast en verbinding, je zou graag meer voor ze kunnen betekenen.

Ik wens ook alle autochtone Nederlanders een fijne vakantie. Ik wens iedereen toe om in je denken en handelen jezelf eens proberen te zien door de ogen van deze kinderen.

Meer nieuws?

chico's place

Reacties

Reacties

Continue Reading
Advertisement

Populair